Jan Baan & arthur Nederlof

IT-iconen Baan en Nederlof: ‘Veel softwarebedrijven stelen winsten klanten’

Dit interview is geschreven en gepubliceerd door het Financieel Dagblad (FD) op 14 mei 2026.
Voor het originele interview klik hier.

 

Techondernemers Jan Baan en Ad Nederlof werken opgeteld al meer dan honderd jaar in de top van de nationale en internationale IT-industrie. Allebei zijn ze in de ban van kunstmatige intelligentie (AI), de technologie die ‘hun’ sector overhoop haalt. Ze vinden het prima dat de boel wordt opgeschud.

Softwarebedrijven bevinden zich sinds begin dit jaar in de hoek waar de klappen vallen. Honderden miljarden euro’s aan bedrijfswaarde zijn wereldwijd weggevaagd. Beleggers en investeerders vrezen dat met de komst van AI het verdienmodel van deze omvangrijke industrie onderuitgehaald wordt. Als iedereen met AI zelf software op maat kan bouwen, wat moeten bedrijven dan nog met de standaardpakketten van partijen als SAP, Salesforce en de vele duizenden andere grote en kleine aanbieders?

Jan Baan en Ad Nederlof hebben hun hele werkzame leven gegeven aan de IT-industrie. Baan bouwde in de jaren negentig met Baan Company een van de grootste bedrijfssoftwarespelers ter wereld, tot de boel in 2000 spectaculair in elkaar klapte. Nederlof bereikte de hogere regionen bij Oracle en werd later ceo van Genesys, een aan de Nasdaq genoteerd miljardenbedrijf voor klantcontactsoftware. De een tikte onlangs de leeftijd van 80 jaar aan. De ander doet er, worstelend met een ernstige longziekte, alles aan om die mijlpaal eind dit jaar zo fit mogelijk te kunnen vieren.

De sloopkogel erdoor

Ze maakten het opblazen en klappen van de dotcom-bubbel rond de eeuwwisseling mee, de overstap op de cloud en nu de wellicht meest ingrijpende verandering van allemaal: de opkomst van AI. Allebei zijn ze nog steeds vrijwel dagelijks betrokken bij hun familiebedrijven, die actief zijn in de softwareindustrie en honderden mensen in dienst hebben. En onlangs hebben ze voor het eerst samen een product ontwikkeld: software voor het maken van duurzaamheidsrapportages.

Je zou verwachten dat de twee de ‘SaaS-pocalypse’ (SaaS staat voor Software as a Service) met lede ogen aan zouden zien en ‘hun’ industrie zouden verdedigen. Maar niets blijkt minder waar. De huidige software-industrie heeft zijn beste tijd gehad, vinden ze allebei. Vooral Baan is uitgesproken. Van hem mag de sloopkogel erdoor. De IT-industrie heeft zichzelf decennialang onmisbaar gemaakt door zijn producten doelbewust onnodig complex te maken, zegt hij.

Die complexiteit maakt klanten afhankelijk en drijft de prijs van software volgens hem nodeloos op. ‘Dan krijg je dat een mooie machinefabriek die €1 mrd omzet maakt, nog geen €1 mrd waard is op de beurs, maar dat het IT-bedrijf dat de software levert met eenzelfde omzet €20 mrd waard is.’ Die verhouding klopt volgens hem niet. ‘De bedrijfswinst van die machinefabriek wordt gestolen door de gereedschapsmaker.’

Waarde verschuift

AI kan de verhoudingen gelijktrekken, hoopt Baan. Hij vergelijkt de huidige softwareontwikkelaar met de man die met de schop de grond omspit terwijl de graafmachine allang bestaat. De waarde verschuift, zegt hij, van het schrijven van code naar het begrijpen van bedrijfsprocessen. Wie straks geld verdient in de IT, is niet degene die het beste programmeert, maar degene die het beste begrijpt hoe een organisatie werkt en dat kan vertalen naar een maatwerkoplossing.

Dat is dan wel een heel ander soort bedrijf dan het gemiddelde softwarebedrijf nu, dat een generiek product aan zoveel mogelijk klanten probeert te verkopen. Maar voor verandering zijn deze veteranen nou net niet bang: die hebben ze al zo vaak meegemaakt.

Het Oracle waar Nederlof in de jaren negentig werkte is onvergelijkbaar met het Oracle van nu, zegt hij. ‘Als ik nu de producten zou moeten verkopen die ik toen verkocht, was ik binnen een week failliet. Maar Oracle heeft zichzelf opnieuw uitgevonden, net als Apple bijvoorbeeld. Als er een tsunami aan nieuwe technologie komt, zoals nu, dan wordt het spannend.’

Businesscase

De ondernemers kennen elkaar al tientallen jaren, maar hun relatie bleef lange tijd vooral zakelijk. Ooit, toen Baan met Baan Company de wereld veroverde en Nederlof ceo van Genesys was, hadden ze eenzelfde aandeelhouder en kwamen ze elkaar weleens tegen. Pas enkele jaren geleden leerden ze elkaar persoonlijk beter kennen en waarderen.

Nederlof: ‘Nu we wat op leeftijd zijn, gebeurt het weleens dat je zegt over mensen die je ontmoet hebt: waarom hebben we toen niet dit of dat samen gedaan?’

Baan: ‘Dat was jouw bescheidenheid.’

Nederlof: ‘Het is gelukkig nog niet te laat.’

Sinds een jaar of wat werken ze alsnog samen. Tangelo, een van de bedrijven uit Vanad, het conglomeraat van softwarebedrijven van Nederlof, stuitte op een businesscase. Dat bedrijf leverde al software voor het maken van jaarverslagen, maar klanten liepen nog stuk op de duurzaamheidsparagrafen. Anders dan bijvoorbeeld financiële cijfers, is de informatie over duurzaamheid vaak kriskras over verschillende afdelingen van bedrijven verspreid, waarbij het ook nog eens op verschillende manieren en in diverse soorten bestanden is vastgelegd. Dat maakt het ingewikkeld en arbeidsintensief om er een eenduidige rapportage van te maken. Daar moest wat op te verzinnen zijn.

Nu we wat op leeftijd raken, gebeurt het weleens dat je zegt: waarom hebben we dit of dat toen niet samen gedaan?

Ad Nederlof

 

Coproductie

Haast was geboden door de komst van nieuwe wetgeving over dit soort verslaglegging. En dit keer dacht Nederlof wél aan Baan. Bij een etentje op zijn kasteel bij Putten dachten ze het concept uit. Daarna zetten ze hun zoons, beiden ceo van hun familiebedrijven, bij elkaar aan tafel. En zo is er nu een Nederlof-Baan-coproductie.

En die zit dus echt heel anders in elkaar dan klassieke software, betoogt Baan. De tachtiger steekt een begeesterd (en bij vlagen voor de leek ietwat onnavolgbaar) verhaal af over wat er nu mogelijk is met AI, wat eerder niet kon bij het bouwen van software. Nederlof, die vanuit zijn huis in Portugal inbelt in het gesprek, komt er op zulke momenten nauwelijks tussen.

Baan geeft een lezing die slingert langs ‘deterministische data in een probabilistische wereld’ via ‘semantische datastromen’ langs ‘de workflow als de vijfde laag van de stack’. Om uit te komen bij ‘datacenters als spierballen’ (volgens Baan niet belangrijk) versus bedrijfsdata als ‘ziel van de enterprise’ (wel belangrijk).

Omgekeerde volgorde

Het komt ongeveer op het volgende neer. Ze begonnen niet met een technisch ontwerp, maar met een probleem in een proces: hoe verzamel je duurzaamheidsgegevens die versnipperd zijn over tientallen afdelingen en honderden medewerkers en maak je daar een betrouwbaar rapport van? Voor de inhoudelijke kennis huurden ze KPMG in. Pas daarna bouwde Baan-bedrijf Rappit voor Tangelo een platform.

Dat klinkt logisch, maar het is de omgekeerde volgorde van hoe veel software nog steeds wordt verkocht. Traditioneel bepaalt een systeem vaak hoe een bedrijfsproces eruitziet: medewerkers passen zich aan de software aan in plaats van andersom, want die software is gemaakt voor de massa. Met AI kan het volgens Baan eindelijk anders. ‘Je begint nu met het idee vanuit de business. Vroeger moest de techniek het je aanleveren.’

Ze hebben geprobeerd de bedrijfslogica, dus wat de software moet doen, te vangen in het platform en dat los te koppelen van de code zelf. Zodat die code voortdurend kan worden vernieuwd en aangepast. Verandert er bijvoorbeeld een technische standaard, dan genereert het platform de code met AI gewoon opnieuw. ‘Wat eruit komt is forever young.’

Herverdeling

Dankzij de komst van AI kan eindelijk op zo’n manier software gebouwd worden als de oude Baan het altijd voor zich heeft gezien. Software was voor hem nooit een doel op zich, zegt hij, maar altijd een middel. Grote klanten, zoals vliegtuigbouwer Boeing, won hij naar eigen zeggen niet omdat hij de beste programmeurs had, maar omdat hij begreep hoe een fabriek of een logistieke keten werkte. ‘De kern is altijd geweest: hoe kan ik een bedrijfsproces verbeteren? Ik heb nooit software gemaakt om de software.’

Zijn echte droom gaat verder. AI zal, zo hoopt Baan, leiden tot een fundamentele herverdeling van welvaart en macht. Want nu is die geconcentreerd bij een klein clubje tech-tycoons. ‘Vijf, zeven bedrijven hebben $40.000 mrd à $50.000 mrd aan marktwaarde. En waar gaat dat geld naartoe? Naar twaalf mensen in de wereld.’

Baan ziet die machtsconcentratie als een van de belangrijkste bedreigingen van de samenleving. ‘Het is een clan, ze werken met vendor lock-ins of zijn bezig met dingen als sociale media, waar het alleen maar gaat om het ikke, ikke. Ze zijn niet bezig dingen voor klanten beter te maken. Met klanten hebben ze niks, die kennen ze niet eens.’

Nederlof: ‘Die mensen in Silicon Valley zijn zó extreem. Zo’n Peter Thiel, die ken ik ook, en Bill Gates. Steve Jobs was anders.’

Baan: ‘Totaal anders. Bill Gates is echt een nerd.’

Nederlof: ‘Weet je wat het verschil is tussen God en Bill Gates? God denkt niet dat ’ie Bill Gates is.’

Naar elkaar omkijken

Dat AI de grote techbedrijven vooralsnog alleen maar nóg groter maakt, daar vindt Baan dan ook wat van. AI wordt nog voornamelijk gebruikt voor het produceren van entertainment, meent hij. ‘Terwijl de effectiviteit van AI bij bedrijven nog niet optimaal is. Het draagt nog niet bij aan de winsten van klanten, integendeel. Het kost vaak alleen maar geld.’

De kern is altijd geweest: hoe kan ik een bedrijfsproces verbeteren? Ik heb nooit software gemaakt om de software

Jan Baan

 

Maar dat betekent dus niet dat ze denken dat de technologie niet nuttig kán zijn. Het visioen: tienduizenden kleine partijen die met AI maatwerk kunnen leveren aan klanten die de grote spelers van nu allang zijn vergeten. Een individueel product is dan geen luxe meer, maar is voor iedereen bereikbaar. Baan: ‘Eigenlijk hebben we geen grote enterprises meer nodig.’

Voor de programmeurs die hun baan zien verdwijnen heeft hij een nuchter advies: word loodgieter. ‘Er is in de bouw een groot gebrek aan mensen.’ Elke technologiegolf verdringt banen en schept nieuwe, zegt de oude ondernemer. Het is wat het is. En op termijn hoeven we helemaal niet meer te werken. AI neemt ons uiteindelijk alle werk uit handen, denkt Nederlof: ‘Dan krijgt iedereen een basisinkomen omdat het werk door robots wordt gedaan.’

Dat is geen mensonwaardig leven hoor, stelt hij. ‘Honderd jaar geleden leefden mensen in Amsterdam in schimmelige krotten. Dat was mensonwaardig.’ Hopelijk komt er weer meer tijd voor dingen die er écht toe doen, hopen ze allebei, en hebben mensen weer een beetje tijd om naar elkaar om te kijken. Om, zoals Baan dat noemt, ‘maatschappelijk dienstbaar’ te zijn.

Verantwoordelijkheid

Nederlof knikt op het scherm mee, maar aarzelt ook. De twee zijn het over veel eens, maar Nederlof maakt zich meer zorgen over de impact die AI zal hebben op de generaties na hen. Hij heeft jongere kinderen, twintigers, en ziet van dichtbij hoe zij worstelen. ‘Het is honderd keer moeilijker dan toen wij jong waren. Het tempo is zo hoog. Waar moet je wonen, wat moet je studeren, wat wil je worden?’ Nederlof vindt dat hun generatie hier een verantwoordelijkheid heeft. ‘We moeten in de gaten houden of iedereen erin mee kan gaan.’

Baan: ‘We zullen moeten wennen aan de steeds snellere veranderingen in de wereld.’

Nederlof: ‘Ik vraag me af of we ons dan nog verplaatsen in auto’s.’

Baan: ‘Dat worden museumstukken.’

Nederlof: ‘We vliegen straks in drie uur naar Australië, want je gaat gewoon de atmosfeer uit. De vooruitgang stopt niet in 2026.’